Taalcafé op z'n kop: zelf weer even beginner.

Gepubliceerd op: 30 juni 2026 10:16

Kees Beurmanjer en Anna Labadie begeleiden normaal gesproken deelnemers die Nederlands leren. Tijdens het Taalcafé op z'n kop waren zij zelf cursist en volgden ze een les Farsi. Een uur dat hen opnieuw liet ervaren hoe uitdagend het is om een onbekende taal te leren.

Kees Beurmanjer en Anna Labadie zijn begeleiders van het Taalcafé. Op maandagochtend stimuleren ze mensen in groepjes van verschillendtaalniveau om te praten in Nederlands.

Zij volgden in de openingsweek een lesje Farsi. Een grote taal in de wereld, want ruim honderd miljoen mensen, vooral in Iran en Afghanistan, spreken de taal. Maar hoe leer je zo’n taal?

Kees en Anna weten hoe zij het aanpakken in hun begeleiding, leren vanaf nul. “Je gaat staan en zegt ‘ik sta’, en dan ‘ik loop’ of ‘ik zit’. We werken ook veel met kaartjes, bijvoorbeeld met tekeningen van groenten. De opdracht kan dan zijn: maak daarmee een maaltijd uit je eigen land.”

“Sommige mensen pikken het sneller op dan anderen”, vertelt Kees. Het is bijvoorbeeld lastiger als je vrijwel analfabeet bent, weinig onderwijs hebt gehad of nooit een andere taal hebt geleerd. Ook je leeftijd is van invloed, erkennen ze.

Voor de les van Elias was veel belangstelling, zeggen Kees en Anna. Maar Farsi leren, ook al was het maar een uurtje, viel hen niet mee.
“Farsi kent niet alleen een ander (Arabisch) schrift, maar ook de uitspraak en
zinsopbouw is anders. En ook de expressie is vanuit de cultuur bepaald. Wij zeggen bij afscheid nemen bijvoorbeeld iets van: ‘Tot ziens! Fijne avond!’, maar een Perzische vriend zou zeggen: ‘Als ik iets verkeerds heb gezegd, vergeef me dan!’”

“Je vergeet het snel, je hebt geen aanknopingspunt en je merkt dat je veel herhaling nodig hebt.” Maar, zegt Anna die ook op het azc vrijwilliger is: “ik had opgeschreven hoe je in Farsi goedendag zegt en ‘hoe gaat het met je?’.”  

Dat is een direct resultaat van het uurtje ‘op z’n kop’. Belangrijker vinden Kees en Anna misschien nog dat het je oordeel relativeert over mensen die hier al jaren wonen, maar nog weinig Nederlands spreken. Je kunt heel goed begrijpen dat het voor sommige oudere mensen een enorme uitdaging moet zijn.