Dat gordijnen geen grens zijn

Je zat stil en je tuurde naar de rode gordijnen
Grote mensen, ze zeiden: dit, is het theater,
tot daar waar dat koord loopt, publiek
op de stoelen in de rijen ervoor.
Dit hier is het echte, dat daar het decor.


Maar toen het begon, was je verdwenen
je zat op je stoel maar je speelde het spel.
Je zong zonder zingen, je deed mee zonder script,
je sprong zonder springen, je begreep zonder grip.

Je luisterde naar het verhaal dat ontstond,
rondom de spelers en hun dans op de vloer.
Het ontplooide zich ver voorbij de gordijnen,
het verhaal dat gekleed ging in dieprood velours.

Gordijnen, ze sloten, ze vormden het einde
en bogen een brug naar de werkelijkheid terug,
maar voor jou was het anders, schuin hield
je je hoofd en je keek als verdoofd, want je
had iets herkend.

Buiten, onder sterren, je stelde je voor
dat gordijnen geen grens zijn, en het doek
geen decor, maar dat spelers ook mens
zijn, en je danste en danste en danste,
maar door.

Ter gelegenheid van het verkiezingsdebat over cultuur op zaterdag 10 maart in de bblthk. 

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Schaatsen op de Nevengeul

Daar waar het hek staat, daar staan alle fietsen.
Ze wachten als ouders in de kou op hun kroost,
de fietstassen leeg van de wol en de wanten
van wij die straks terugkeren, verblijd en verbloosd.
Maar nu zwieren we nog en we krommen voorover,
we buigen ons diep over de spiegel van glas,
we schrijven in cirkels over wat we verlangen
en verstoppen in barsten: dat wat er nooit was.

De één weet van wiebel, de ander van wanten,
twee anderen blijven het liefst op de brug.
En kijken naar wie het al kan, pootje-over,
ze wuiven naar wie wankelt, een meisje zwaait terug.
Haar ouders op hun billen, ze geven een voorbeeld,
verruilen de slee voor een stoel aan de hand.
En oefenen met haar tot het blauw op de glimlach,
dan terug naar de schoenen, terug naar het strand.

Op een dag is het zomer, maar nu nog lang niet.
Nu duiken we nog in een lach om de val.
We delen de brug en de wil om te schaatsen,
en zien grote schoonheid in wat dooien zal.
Langzaam wordt het later, zakt de zon op het ijs,
nog even tot de toren het donker zal slaan.
Terwijl we weer inpakken, terug naar de fietsen,
vraagt iets in ons dringend: kunnen we morgen nog gaan?

Ivanka de Ruijter
3 maart 2018, bij de schaatspret op de Nevengeul.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Sporen

Hoor je de galm van de klok in de toren?
We kijken omhoog, naar waar de trilling begon
En voelen haar golven langs onze muren, 
Langs glazenwasladders naar het wolkenplafond. 

Hoor je de spreker die gonsde naast die toren?
Hij stond op het plein met zijn publiek eromheen, 
Hij sprak over kansen die komen en dromen
In woorden die bonden, niet aan mensen alleen.

Maar ook aan de deuren, die ooit klopjes kregen
Aan de fluistering van een vaarwel in de gang
Aan iedereen die besloot niet in zijn huis te gaan wonen
Maar in de wereld, of in een plooi van de tijd, zonder plan. 

Zie je de kuiltjes in de wangen van het zand, 
Voetstappen van hij die de woorden ontgon?
Zie je het platgeslagen gras langs de waterkant?
De vingerafdrukken van wat hier ooit begon. 

Zie je de man die de stad repareerde?
Vermaard om de prachtige jas die hij droeg, 
Maar befaamder nog om de taal die hij kende
En leerde aan iedereen die erom vroeg. 

Hij dichtte de gaten met klinkers op muren
Hij bakte de stenen uit onze rivier
Hij wandelde diepe woordensporen
Hij zette de deur naar zijn huis op een kier. 

Hij was een dichter, voor deze stad
Hij was haar ogen en haar oren
En langs haar wolken, stoep en oevers
Lopen voor altijd ook zijn sporen. 

Stadsdichter Ivanka de Ruijter

Ter gelegenheid van het afscheid van stadsdichter Martijn Adelmund (2015-2018). 01-02-2018

Agenda

De bblthk
Stationsstraat 2
6701 AM Wageningen
t: 0317 413 352
m: info@bblthk.nl
w: bblthk.nl